Skip to content

INTERACTIEF Leerproces

Leerproces

  • Associatief
  • Extern en zichtbaar
  • Wie en hoe

Interactief, behoefte aan persoonlijk verbinden met de opdracht en de mensen

Dit is een leerproces dat meestal door docenten en begeleiders makkelijker wordt herkend. Omdat deze studenten vaak onmiddellijk de interactie zoeken, zowel onderling als met hun docenten zijn zij meer ‘zichtbaar’. Ook laten zij meestal wel zien ‘wat ze ervan vinden’, zowel verbaal als non-verbaal. Het leerproces start vanuit de emotionele kwaliteit, is associatief en ‘springerig’.

Studenten geven vaak aan dat zij letterlijk hardop denken, samen met anderen of dat ze met zichzelf in dialoog gaan om hun denken op een rijtje te krijgen.
Leerlingen met een dergelijk leerproces komen, verhoudingsgewijs met de andere twee, het eerst in actie.

Eigenlijk begint het hele leerproces met verwerken en vaak op twee niveaus: vind ik deze opdracht leuk om te doen, zit er een uitdaging in voor mij? En ook: met wie ga ik dit doen, bij welke docent of met welke medestudenten? Zitten beide punten goed, dan kan je verzekerd zijn dat deze studenten goed van start gaan.

Vervolgens springen ze door de leerstof heen, samen brainstormend... er van alles en nog wat bijhalend, hetgeen op het eerste gezicht helemaal niet relevant lijkt te zijn.

Pas later wordt als vanzelf wel duidelijk wat echt belangrijk lijkt te zijn. Naast dat interactief samen zoeken, zijn daarom periodes nodig om alles even alleen te laten bezinken, schiften, te lezen etc..

Vaak wordt al in een eerder stadium tot een eerste toepassing overgegaan, bijvoorbeeld door alvast eens na te denken over een leuke vorm van presenteren. Hoe zou dat eruit kunnen zien en wat moet erin om het boeiend of interessant te maken?

Het relatief snel in actie komen betekent dat acties nog vaak worden bijgesteld om tot een goed eindresultaat te komen: interactief leren is een vorm van trial en error-leren. Natuurlijk kan ook deze groep studenten verkeerde interpretaties of misverstanden tegenkomen. Bijvoorbeeld dat zij niet met de relevante dingen bezig zijn, dat ‘er teveel en van de hak op de tak bijgehaald wordt’.

Het interactieve leerproces loopt via het eerst je (persoonlijk) verbinden met de opdracht en de mensen die hierbij betrokken zijn.. naar het ‘erin rond mogen associëren’. Daarna is een leerling in staat om te extrapoleren: de lijn uit de associaties te halen en door te trekken naar 'waar het hier over gaat'.

Interactied voorbeeld

Djalisa (5 jaar) en Jeroen (10 jaar):
Djalisa zie je niet makkelijk over het hoofd als leerkracht, ze meldt zich gelijk aan de start van een dag. Graag praat ze de leerkracht even bij over alles wat er met haar is gebeurd sinds ze elkaar het laatst zagen. Dat contact is even nodig want anders is het moeilijk om goed aan de schooldag te beginnen. Wanneer ze opdrachten krijgt wil ze die het liefst samen met een ander kind doen, alleen werken vindt ze lastig en beslist ook minder leuk. Datzelfde zegt Jeroen terwijl hij inmiddels in groep 6 zit. Soms vindt hij het leuk om samen te werken en soms is het ook wel prettig om alleen te werken. Hij vindt het belangrijk dat zijn leerkracht enthousiast is over de leerstof en dat je er samen in de groep over praten mag, want praten en denken gaan goed samen. Hij houdt van veel afwisseling in het werk op een dag en moet opletten dat hij te snel gaat, vaak is hij na twee zinnen van de leerkracht al aan de gang. Zowel Djalisa als Jeroen zijn relatief expressief in hun gezichtsuitdrukking en in gebaren en houding. Je kunt het aan ze zien of de opdracht leuk is of niet, of de sfeer in de groep hen bevalt en in wat voor stemming zij zelf zijn.

Diana (21 jaar) en Peter (19 jaar):
‘De docent maakt of breekt een vak’ zegt Peter en Diana is het van harte met hem eens. Ook al vind je een vak erg saai, als de docent er wat van weet te maken ga je er toch mee aan de slag en kan het nog leuk worden ook. Ook nu zij student zijn vinden ze het nog steeds belangrijk om te mogen associëren aan de

start van een opdracht, daarom is het wel leuk om samen te werken. Meestal staan zij als eersten ‘crea bea’ te doen aan de flipover. Samen hardop mogen denken en wat heen en weer springen door de leerinhoud, ook gewoon wat roepen hoort daarbij. Daarna kan je de rode draad eruit halen, met name Diana vindt dat leuk om te doen, dan vat ze samen en pikt de hoofdlijn eruit. Dat ongeduld van Djalisa en Jeroen herkennen zij ook nog wel uit hun eerdere schoolervaringen, ze hebben behoefte om snel in actie te komen na het ontvangen van een opdracht. Diana vertelt dat het daarna in eerste instantie op een ‘trial and error’ proces lijkt. Al werkende weg ontdek je hoe het moet en fouten maken of veranderen hoort daarbij. Diana leest overigens ook wel graag en kan dan echt de diepte in gaan als het interessant is. Peter is wat meer ‘van het doen’, hij vindt het bijvoorbeeld ook belangrijk om werkstukken er ‘gelikt uit te laten zien’.

Reka (40 jaar) en Stefan (62 jaar):
Reka vertelt dat ze totdat ze volwassen was altijd heeft gedacht dat zij ‘niet officieel kon denken’ zoals zij dat uitdrukt. Waarmee ze bedoelt, het ‘van a naar b naar c denken’. Haar leer- en denkproces gaat nog altijd van de ‘hak op de tak’, ze heeft zojuist naast haar werk een nieuwe studie afgerond en haar leerproces gaat nog altijd zo. Stefan vindt lezen ook belangrijk, hij lijkt wat minder springerig dan Reka maar herkent wel dat associatieve proces. Heel vaak wanneer hij iets nieuws hoort op een cursus voor zijn werk combineert hij dat onmiddellijk met andere theorieën of ideeën die hij kent of heeft. Reka houdt erg van persoonlijke verhalen en hecht aan het mooi maken van een paper of werkstuk, waarvoor ze soms illustraties of voorbeelden gebruikt die niet altijd worden begrepen door docenten. Deze beoordelen dit dan als overbodig omdat zij de onderliggende associaties niet begrijpen. Die ervaring heeft Stefan wat minder, hij kon altijd wel puntig formuleren en eerder te weinig dan teveel opschrijven, daar kreeg hij wel eens commentaar op. Hij sprak liever over wat hij had geleerd dan dat hij het op moest schrijven. Dat herkent Reka ook, zeker in een goede sfeer gaat een mondeling examen haar veel beter af. Beiden vinden het leuk om te presenteren en in interactie met hun docent of medestudent iets neer te zetten.